![]() ![]()
![]()
We gaan beginnen!
De fielders.
Het spel kan beginnen!
De umpires.
De batsmen.
Bij aanvang van de wedstrijd ziet u een aantal personen het veld betreden. In volgorde van opkomst zijn dit:
* Twee scheidsrechters; umpires genaamd. * De veldpartij: elf veldspelers, fielders, bowlers en een wicketkeeper. * De tegenpartij: vertegenwoordigd door de eerste twee slaglieden, beter bekend als batsmen.
Deze twee mannen zijn te herkennen aan de lange witte jas en witte hoed of pet (niet verplicht). Tijdens de wedstrijden hebben zij vaak de trui van een of meer spelers om het middel geknoopt.
De eerste umpire neemt plaats bij het wicket (3 paaltjes met 2 kleine dwarshoutjes erop) vanwaar gebowld gaat worden. De tweede umpire stelt zich ongeveer tien meter op terzijde van het andere wicket.
De veldpartij bestaat uit elf man waarvan de wicketkeeper in eerste instantie het meest opvalt. Hij draagt grote handschoenen (wicketkeeper gloves) en beenbeschermers (legguards of pads). Hij gaat gehurkt zitten achter het wicket tegenover het wicket waar een umpire staat.
De overige tien spelers verspreiden zich over het veld volgens aanwijzingen van de aanvoerder (captain). Een van de spelers zal optreden als de eerste bowler. Hij vervoegt zich bij het wicket met de umpire.
Als de fielders zich opgesteld hebben betreden de batsmen het veld. Zij dragen ook legguards, handschoenen en meestal ook een helm. Voorts zijn zij uitgerust met een slaghout, het bat. De batsman die als nummer 1 op de lijst staat gaat naar het wicket waarachter de wicketkeeper zit; de ander gaat naar het wicket met de umpire.
![]() ![]() ![]() |

